Willem II

Willem II, kroonprins van Oranje-Nassau (1792-1849) en koning der Nederlanden (1840 - 1849), kwam via de Bredaseweg voor het eerst in Tilburg in 1814. Twee jaar later trouwde hij met Anna Paulowna. Samen met zijn vader koning Willem I bezocht hij in 1831 de legereenheden die tot in 1839 gevestigd waren in kamp Rijen. In dat kamp kregen zijn zoons Willem en Alexander hun militaire opleiding.

Hoofdkwartier Tilburg
Van 1831 tot 1837 verbleef Willem II met zijn staf vrijwel ononderbroken in Tilburg, waar hij zijn hoofdkwartier vestigde. Aanvankelijk woonde hij met een kleine hofhouding bij Thomas van Dooren aan de Steenweg (Heuvelstraat). In 1835 kocht hij twee eenvoudige huizen aan de Nieuwendijk (Bisschop Zwijsenstraat) en ging daar wonen.

In datzelfde jaar kocht hij in het huidige Koningshoeven vijf boerenhoeven en liet enkele hoeven bouwen om voor eigen gebruik te gaan produceren. Hij liet ook de over de stad verspreide 125 hectare woeste grond ontginnen tot bouw- en weiland. In Berkel liet hij in 1834 een schaapskooi bouwen om de productie van fijne wol te stimuleren. Die werd tot dan toe hoofdzakelijk uit Spanje geïmporteerd.

Feestelijke ontvangst
Na zijn kroning in 1840, werd Willem II op 29 april 1841 feestelijk ingehaald in Tilburg. De stad was in ‘feestdos’ gehuld. Kosten noch moeite waren gespaard om de stad een feestelijk aanzien te geven. Men reed de koning tegemoet bij de herberg De Vier Winden aan de Bredaseweg (ter hoogte van de huidige Vierwindenlaan). Onder het ‘gebulder van het Kanon’ steeg de vorst van zijn paard. De eregarde bestond uit de drie Tilburgse schuttersgilden St. Dionysius, St. Sebastiaan en St. Joris, de Dienstdoende Schutterij en de Rijdende Batterij No.

Stadsbos013
In De Vier Winden werd door het gemeentebestuur een feestelijke receptie aangeboden. En ‘onder daverende vreugdekreten van “Lang leve de Koning” trok de stoet naar de stad’.
Tussen 1830 en 1840 kocht Willem II -, toen nog kroonprins, - grote stukken grond in het huidige Stadsbos013. Bijvoorbeeld de uiterst zuidwestelijke hoek van de Oude Warande, het Zwartven. Dit stuk is in 1851 verkocht aan de familie Van Hogendorp die het aan de Oude Warande toevoegde.

Pannenbakkerij
In 1847 kocht Willem II het landgoed Dongewijk. Dit bestond uit gebouwen (waaronder boerderij Het Hoefke), bijbehorende bossen en landerijen. De vorst liet er grote veestallen oprichten om te voorzien in de bemesting van de nabijgelegen heidegronden. Hij was al eigenaar van een pannenbakkerij aan de Bredaseweg, gelegen tussen de Pompstationweg en de Daniël de Brouwerstraat op het terrein van Amarant. De pannenbakkerij bestond uit een gemetselde dubbele steenoven, een leemmolen en twee woningen. In de buurt bouwde hij in 1845 een nieuwe schaapskooi. In 1876 werd het complex verkocht en grote delen werden in 1877 gesloopt.


In 1842 liet hij een Lancierskazerne bouwen en in 1847 een paleis (Paleis-Raadhuis). Dat was nog net niet klaar toen Willem II op 17 maart 1849 na een kortstondige ziekte in Tilburg overleed.